Tentoonstellingswijk-Kiel

Antwerpen is een verzameling dorpen, zo wordt gezegd. Die dorpen zijn organisch gegroeid, maar soms zijn er ook evenementen die bepalend zijn voor de ontwikkeling van een stad, wijk of dorp. Het stadion dat gebouwd werd voor de Olympische Spelen van 1920, bepaalt tot op vandaag het leven op het Kiel. De Wereldtentoonstelling voor Koloniën, Zeevaart en Vlaamsche Kunst van 1930 deed de Tentoonstellingswijk ontstaan en gaf Antwerpse toparchitecten zoals Léon Stynen, Geo Brosens, Paul Smekens en Eduard Van Steenbergen de gelegenheid om hun ideeën over modernistische architectuur in prachtige bakstenen gebouwen om te zetten. Het contrast tussen het Kiel en de Tentoonstellingswijk is zeer groot. Dat blijkt tijdens een bezoek aan de pas gerenoveerde Kolonel Silvertopblokken en de sociale woonwijk Jan De Voslei aan het Kielpark

meer

De hoek van de Volhardingsstraat en de Camille Huysmanslaan is een logisch vertrekpunt voor deze wandeling. Het is een van de weinige plekken in deze wijk waar er horeca te vinden is. Het Antwerpse stadsbestuur had in de jaren dertig namelijk bepaald dat de Tentoonstellingswijk een zelfde uitstraling zou moeten hebben als de buurt van de Jan Van Rijswijcklaan of de wijk aan het Nachtegalenpark en dat betekende: geen industrie of gebouwen om handel in te drijven. Een andere – en betere – reden om de wandeling hier te laten beginnen is dat drie toparchitecten op de hoeken van de Camille Huysmanslaan met de Volhardingsstraat woningen hebben gebouwd. Léon Stynen en Geo Brosens woonden er trouwens zelf. Van Steenbergen ontwierp een complex in opdracht van zes gezinnen. Op dit kruispunt woningen komen we later terug. We wandelen door de Volhardingsstraat. Op de hoek van de Tentoonstellingslaan en de Volhardingsstraat zie je een vrijstaand appartementsgebouw. Huib Boste bouwde het in opdracht van kunstschilder Emile Panzer in 1934. De stijl is nieuwe zakelijkheid, maar dan wel een behoorlijk wilde interpretatie van die stijl. Het gebouw bevatte vier appartementen en het atelier van Emile Panzer. Hoste ontwierp trouwens niet alleen het exterieur, helaas zijn alleen de tekeningen bewaard gebleven voor een theetafeltje, een divan met kast en een wandkast.

Op het einde van de Volhardingsstraat zie je drie imponerende en de omgeving dominerende flatgebouwen. De Kolonel Silvertopblokken zijn in 1974 gebouwd naar een ontwerp van Jul De Roover. Ze gelden als toonvoorbeeld van brutalistische architectuur. De ongeveer zeventig meter hoge flatgebouwen zijn monumentale blokken waar meer dan 500 gezinnen onderdak vinden. In de periode 2010-2015 zijn ze ingrijpend gerenoveerd. Kleurpartijen maken de blokken minder imponerend. De centrale verwarmingseenheid kreeg een moderne look. Bewoners kunnen gebruik maken van een ontmoetingsruimte en er is ook een speeltuin bij gekomen. Kolonel David Silvertop is trouwens de Engelse luitenant-kolonel die in september 1944 een einde maakte aan de Duitse bezetting van Antwerpen tijdens de Tweede Wereldoorlog. Op diverse plaatsen op het Kiel en bij de Tentoonstellingswijk staan er tanks die herinneren aan die periode. David Silvertop stierf enkele weken na de bevrijding van Antwerpen, terwijl hij probeerde Engelse troepen te ontzetten na een mislukte aanval op Duitse troepen in Arnhem. Hij is 32 jaar oud geworden.

De Wereldtentoonstelling van 1930 is geen echte, officiële Wereldtentoonstelling, zoals de Wereldtentoonstelling van 1958 in Brussel. Het verhaal gaat als volgt. In het begin van de twintigste eeuw begint de overheid met het plannen van een Wereldtentoonstelling in België. Helaas begint in 1914 de Eerste Wereldoorlog en worden die plannen op de lange baan geschoven. Uiteindelijk besluit men een kleinere Wereldtentoonstelling te organiseren in Antwerpen en Luik. Het grondplan van de Wereldtentoonstelling wordt later het stratenplan van de Tentoonstellingswijk. Om het Engelse paviljoen te bereiken, moeten er twee bruggen gebouwd worden. Stadsbouwmeester Emiel Van Averbeke laat twee identieke boogbruggen in art deco-stijl bouwen. Ze worden opgetrokken in staal, steen en gewapend beton. En dat is ook wel nodig want meer dan vijf miljoen mensen zullen het evenement gaan bekijken.

De bruggen zijn prachtig gerestaureerd in 2009 en geïntegreerd in het heraangelegde Mastvestpark. De basis van het Mastvestpark is een overblijfsel van de Brialmontomwalling. Dat was de negentiende-eeuwse verdedigingsgordel die om heel Antwerpen liep. De omwalling is uitgediept, zodat er weer water is. En op zonnige avonden zie je gezinnen met jonge kinderen en jonge geliefden zich amuseren op de glooiende hellingen. Loop je over de bruggen, dan kom je in een lieflijk park waar je een vervallen jeugdherberg ziet. Aan het voortdurend gezoem van het verkeer op de Ring kun je helaas niet ontsnappen. Wij zijn alvast benieuwd of de beloofde overkapping van de Ring er ooit zal komen.

Loop via de Jan Baptist Verhooystraat naar de Camille Huysmanslaan. Wandel eerst naar links en aanschouw het BP-gebouw van architecten Léon Stynen en Paul De Meier. Later zou het kantoorgebouw voor 350 werknemers betrokken worden door verzekeraar AXA en, nu, Bank Deelen. Het in het begin van de jaren zestig opgetrokken gebouw is om meerdere redenen baanbrekend. Léon Stynen is er als eerste in geslaagd om een groot bedrijf uit het stadscentrum te laten vertrekken. Dat doet hij uit een idealistische reflex: Stynen wou arbeid en natuur dichter bij elkaar brengen. Dat het gebouw zich bij een uitrit van de Ring bevindt, wist hij hoogstwaarschijnlijk niet. Het idee van een Ring rond Antwerpen is er al wel, maar de wegen zijn nog niet aangelegd. Stynen, die er toen al een zeer rijk gevulde carrière van meer dan veertig jaar op had zitten, realiseert met het BP-gebouw een Europese primeur. Het is de eerste hoogbouw die met behulp van een ‘hangconstructie’ gebouwd wordt. Het constructieprincipe berust op een combinatie van beton en staal. De ruggengraat van het gebouw is een 57 meter hoge schacht van beton waarin de liften, de trappen, het sanitair, de lucht- en ventilatiekokers zijn ondergebracht. Hierop rust een monumentale betonnen draagconstructie met een stalen kern. Aan deze draagstoel zijn de 22 stalen trekkabels bevestigd waaraan de gevelelementen hangen. Voor dit innovatieve ontwerp wint Stynen in 1964 een prestigieuze architectuurprijs.

We wandelen terug naar de Camille Huysmanslaan. Het straatbeeld is – het is waarschijnlijk een primeur in België - vrij harmonieus. Dat komt omdat bouwers zich aan een aantal voorwaarden moesten houden. Gebouwen moesten minimaal tien meter hoog zijn en mochten maximaal drie bouwlagen hebben. Voor de gevelbekleding moest ruwe handgevormde gevelsteen gebruikt worden, voor de achtergevels rode, niet bepleisterde baksteen. Industrie en winkels zijn niet toegelaten. Het bestaande groen moest bewaard blijven. Helaas is er ook de Belgische realiteit. De stadskas is leeg en dus worden percelen verkaveld in kleinere eenheden. De ambtenaren die moesten toezien op het respecteren van de bouwvoorschriften, knepen een oogje dicht als er overtredingen werden vastgesteld.

Hier en daar zie je architecturale parels. Na de Wereldtentoonstelling van 1930 werden de paviljoenen van de deelnemende landen ontmanteld. Waar die paviljoenen stonden, kregen toparchitecten de kans om hun woningen te bouwen. De andere gebouwen van de tentoonstellingswijk dateren van de jaren vijftig en zestig. Het is echter fijn om te zien dat het modernistische gedachtengoed van die toparchitecten behouden is gebleven in die later gebouwde delen van de Tentoonstellingswijk. De gebouwen zijn bedoeld voor meerdere gezinnen. Er is aandacht voor groen in de wijk. Sommige gebouwen hebben binnentuinen. De gebouwen in baksteen zijn sober versierd en functioneel ingericht, maar ze zijn tegelijkertijd elegant en leuk om naar te kijken. Dat neemt niet weg dat de echte pareltjes natuurlijk de ontwerpen van Geo Brosens, Eduard Van Steenbergen, Huib Hoste en Léon Stynen zijn.

We gaan de Ryckmansstraat in, steken de Vlaamse Kunstlaan over en wandelen verder door de Alfred Coolsstraat tot de Volhardingstraat. Aan de rechterkant kom je de Kristus Koningkerk tegen. Je voelt de aandrang om even te gaan zitten want deze kerk is imposant. Vijf heiligenbeelden lijken op je neer te kijken. Steunberen, lancetvensters en de hoge ranke torens zorgen daarvoor. Architect Jos Smolderen liet zich voor zijn ontwerp in art deco inspireren door de basiliek van Koekelberg. De slanke toren is in 1975 ingekort omdat de spits bouwvallig was. De kerk heeft een prachtige verzameling glas-in-loodramen naar een ontwerp van kanunnik Croegaert. Toch is ook deze kerk er gekomen door de Wereldtentoonstelling. Ze was een onderdeel van het Tijdelijk Museum voor Vlaamse Kunst. Pas daarna werd ze een parochiekerk.

Loop rond de kerk en ga in de Alfred Coolsstraat links de Edgard Casteleinstraat in, sla vervolgens rechts de Pol de Montstraat in. In het midden van het plantsoen aan je linkerkant staat het arduinen monument ‘Gesneuvelden van het Politiekorps’ van Cl. Jonckheer fils en W. Kreitz uit 1949. Je ziet ook een reusachtige eenheidsbebouwing. Met dit soort eenheidsbebouwing wilde architect Paul Smekens de verkaveling van de wijk in kleine, smalle percelen tegengaan. Het complex van vijf meergezinswoningen is onderverdeeld in een twintigtal verhuurbare flats. Het is een voorbeeld van het gematigd, zakelijk baksteenmodernisme dat Smekens ontwikkelde in de loop van de jaren 1930. Smekens was trouwens erg actief in de Tentoonstellingswijk. Tussen 1932 en 1935 realiseerde hij er niet minder dan veertien projecten.

Via de Volhardingsstraat loop je naar de Vlaamsekunstlaan. Aan het einde steek je de snelweg over en kom je in de Jan De Vosleiwijk en het Kielpark uit. Na de Tweede Wereldoorlog was er in Antwerpen een groot tekort aan woningen. In opdracht van toenmalige sociale huisvestingsmaatschappijen ontwierp Jos Smolderen, de man die ook de Kristus Koningkerk ontwierp, de twintig blokken van de sociale woonwijk Jan De Voslei en de wooneenheid Kiel, waardoor er 1.200 gezinnen konden gaan wonen. De gebouwen hebben verschillende vormen, maar de opvallendste zijn de drie gebouwen van zestien verdiepingen in Y-vorm. Deze drie gebouwen van sociale huisvestingsmaatschappij Thuishaven worden heropgebouwd. De vorm van de gebouwen blijft behouden, maar de heropbouw gebeurt met hedendaagse materialen en volgens hedendaagse normen. Het aantal wooneenheden blijft hetzelfde. Dat is anders dan bij de Kolonel Silvertopblokken waar het aantal gerenoveerde appartementen lager ligt, waardoor die appartementen groter zijn geworden.

We eindigen de wandeling waar we startten: op hoek van de Volhardingsstraat met de Camille Huysmanslaan. Hier zie je de eenheidsbebouwing van vijf huizen van Geo Brosens. Het prachtige complex is opgetrokken volgens het principe van een architectuurstroming die Nieuwe Zakelijkheid wordt genoemd. De gebouwen van de Voetgangerstunnel zijn een ander eminent voorbeeld van die stijl. De architect heeft trouwens zelf in het hoekpand van dat gebouw gewoond en gewerkt. Dit hoekpand is nog steeds in bezit van de familie. De eerste verdieping heeft twee appartementen en werd in 2008 nog steeds verhuurd. Schrijver dezes woonde er toen in het gerieflijk en elegante, 60 vierkante meter grote appartement aan de straatkant.

Schuin tegenover dat gebouw van Brosens, aan de overkant van de straat, vind je een ensemble van zes woningen van de Antwerpse architect Eduard Van Steenbergen. Van Steenbergen komt uit de ambachtelijke bouwtraditie en zijn architectuur heeft een uitgesproken sociale gedrevenheid met veel aandacht voor ruimte, licht, lucht en groen. Zo houdt hij bij het ontwerp rekening met de vijf beukenbomen die er staan. Deze eenheidsbebouwing voor zes gezinnen sluit aan bij de initiële doelstelling van de stad om een rustige wijk met klasse en standing te creëren, dat qua architectuur aansluit bij die van de wijken rond het Nachtegalenpark, het Koning Albertpark en de Jan Van Rijswijcklaan.

Stynen kiest voor zijn eigen woning en het buurpand (Camille Huysmanslaan 85-87 en Volhardingsstraat) voor een verstilde en zakelijke uitdrukking. De gevel is vlak en sober vormgegeven in bak- en natuursteen. En hij is uitermate tevreden over het ontwerp. Stynen realiseert in de jaren dertig tien woningen, voornamelijk rijhuizen, in de Tentoonstellingswijk. De ontwerpen zijn zeer vaak variaties op het ontwerp dat hij voor zichzelf gemaakt had.

Buurtverhaal Kaart