Groen Kwartier - Klein Antwerpen - Harmonie

Een louterende wandeling door drie rustige, residentiële wijken met een rijk verleden. Via verborgen steegjes steek je de wijkgrenzen over, alsof het poorten naar een andere wereld zijn. Beleef deze buurten in al hun grandeur. We starten bij het Militair Hospitaal.

meer

Decennialang was het voormalig Militair Hospitaal een wereld op zich, een no-go-zone voor gewone Antwerpenaren. Toen het nog een militair ziekenhuis was, kregen generaties jonge dienstplichtigen er seksuele voorlichtingsfilms te zien. Het heeft hen niet belet zich voort te planten. Heel even was er het Hoger Instituut voor Schone Kunsten gevestigd. Nu is de site ontwikkeld tot een prijswinnende locatie, omdat bestaande gebouwen een nieuwe functie krijgen én omdat er kwalitatieve appartementsblokken worden gebouwd. Vlakbij de vroegere ingang staat het prachtig gerenoveerde hotel met het sterrenrestaurant Augustijn, wandel door de zuilengalerij, laat zoenende tieners hun ding doen. Aan je linkerkant zie je PAKT, een bedrijven- en belevingshub dat enkele hele hippe namen herbergt en het decor had kunnen zijn voor een Mad Max-film.

Vervolledig de omtrekkende beweging en verlaat ’t Groen Kwartier. De langgerekte, kronkelende Boomgaardstraat was (en is) de grens tussen Antwerpen en Berchem en ze had, ter hoogte van het Militair Hospitaal een ruig kantje. Uitzuipkroegen zoals Daddy’s Hobby en Gotcha zijn ondertussen al jaren failliet, gebleven zijn de vrij imposante rijwoningen uit de tweede helft van de negentiende eeuw en het begin van de twintigste eeuw. Ze zijn vaak versierd met lijstgevels in geel baksteenmetselwerk. Bij sommige rijwoningen zie je nog de houten winkelpuien uit die tijd. (6, 8, 206, 258, 306 en 312).

Ook ’s nachts kun je het voormalig meisjesweeshuis in de Albert Grisarstraat niet missen. Vierhonderd meisjes vonden onderdak in het ronde gebouw met torentjes, een ontwerp van Ernest Dieltiëns. Dieltiëns had de wedstrijd gewonnen die de liberale burgemeester Leopold de Wael had uitgeschreven. Pittig detail: in de wedstrijdopgave stond dat er, voor zover mogelijk, geen gebruik mocht gemaakt worden van luxueuze materialen. In het voormalige meisjesweeshuis zijn er nu serviceflats.

Luxueuze materialen zijn er wel gebruikt in de Lamorinièrestraat. Huisnummer 233 is een herenhuis in neo-régencestijl dat in 1900 gebouwd werd naar een ontwerp van Joseph Hertogs. Imposant van volume, blauwe hardsteen, siersmeedwerk op lieflijke balkonnetjes doen vermoeden dat hier geld verdiend werd. De opdrachtgevers kwamen dan ook uit een bankiersgeslacht. Ontwerpen in verschillende neo-stijlen van Hertogs vind je op de Meir (de Innovation en de kantoren van Lloyds Belge) en de Suikerrui (Hansahuis).

Van de wereld van de rijkdom kom je in de wereld van de gewone mens. De Haringrodestraat heeft niets met vis van doen, de naam verwijst naar een gehucht dat reeds in de twaalfde eeuw bestond. Huisnummer 101 is wel de moeite van het vermelden waard, het plan werd getekend door Léon Stijnen, de architect die het gedachtengoed Le Corbusier naar Vlaanderen bracht en nu vooral bekend is als architect van deSingel.

En hoe de gewone mens woonde in de negentiende eeuw? Dat kom je te weten als je de Maanstraat inslaat. Het is een vergeten straat, met kasseien, lage woningen met een gewoon dak aan een kant van de straat en een blinde muur en wat groen aan de andere kant. De (bak)fietsen staan tegen de gevel, want het is wel een arbeidersbuurt geweest, maar nu is het ook best hip. Je kunt zelfs woningen huren via Air B&B.

Via de Zonnewijzerstraat kom je uit op de Mechelsesteenweg, die steek je over en je komt uit op het Koning Albertpark, wandel verder en je komt bij het Harmoniepark uit. Houten banken die golven en uitwaaieren, spelende kinderen, tieners die bij de fontein ter ere van componist Peter Benoit rondhangen, …. Als je bij die fontein staat, heb je ook een zicht op het nieuwe Provinciehuis met zijn 683 driehoekige ramen en frivole draaiing rond de as.

Loop parallel met de Mechelsesteenweg naar de Molenstraat. Je hoeft niet langs de Mechelsesteenweg te kijken om prachtige neoclassicistische herenhuizen, iets later gebouwde woningen in eclectische stijl, huizen uit het interbellum te kunnen bewonderen. Kom je dichter in de buurt van de Molenstraat, kom je in de buurt van de betere burgerij. Een fijn voorbeeld van wat zij konden betalen, vind je op de hoek van de Montebello- en de Molenstraat. Op de hoek van de Mechelsesteenweg en de Molenstraat draaiden de twee windmolens (De Oranjeboom en de Coolhaes) waarnaar de straatnaam verwijst. De eerste verwijzing naar de straat dateert van 1490.

De Maurice Verbaetsteeg, aan de overkant van de Mechelsesteenweg ter hoogte van de Aarschotstraat, leidt ons naar de wijk Klein-Antwerpen. Kasseien, goed onderhouden werkmanswoningen, dertigers die de buurt willen doen leven bevolken het eerste deel van de steeg. Prachtige graffiti siert het tweede deel van deze verrassende lange steeg. Er is een portret te zien van de helaas overleden (protest)zanger Wannes Van De Velde, op een na beroemdste inwoner van Klein-Antwerpen. De beroemdste inwoner van Klein-Antwerpen is Paul Van Ostaijen. Het gedicht ‘Zeer kleine speeldoos’ zie je op de gevel van de nieuwste uitbouw van de Sint-Vincentiuskliniek. In 2021 wordt het feit herdacht dat zijn dichtbundel Bezette Stad honderd jaar geleden werd gepubliceerd. Donkere Straat vol gestolten KLAARTE is een regel uit de bundel.

Keer terug naar de Haringrodestraat, steek de wondere wereld van de Belgiëlei over en loop de Grétrystraat in. Misschien wel het best bewaarde geheim in deze post-Brexit-tijd is de St. Boniface Church waar de Anglikaanse kerk elke zondag een Engelstalige misviering houdt. Tegenover de kerk vind je De Krokodil, of, zoals op de koperen plaat trots staat, Stedelijke Kleuterschool Nr. 1. Via de Werkstraat beland je terug bij de Lamorinièrestraat en het startpunt van deze wandeling.

Buurtverhaal Kaart